Home » Techniek » Basics - pass » Driepuntspass

Driepuntspass

Rating: 5 sterren
1 stem

De driepuntspass is bij een korte serve (bovenhandse serve) of een sprongserve. Het idee is simpel: de bal komt veel te laag (vaak ook erg kort) waardoor de speler een grote afstand moet afleggen om de bal te passen. Nu kan de speler een verdedigingsactie gebruiken om de bal omhoog te krijgen, maar dit is niet optioneel. Hierdoor verliest de speler controle over de bal. Met een driepuntspass wordt kan de speler echter de controle behouden.

Stapsgewijze uitvoering

  1. Uitgangshouding
    1. Deze is hetzelfde als bij een driepuntspass.
  2. Verplaatsing
    1. De verplaatsing is relatief makkelijker dan de normale pass. Zodra de balbaan herkend is door de speler, dient hij zo snel mogelijk naar voren te gaan. Op het moment dat de bal erg laag dreigt te gaan (bijna op de grond) stapt de speler uit met een grote stap. Hierdoor komt de navel van de speler voor de voeten, waardoor de speler naar voren valt. Door de knie van de uitstapvoet op de grond te plaatsen, heeft de speler weer controle over zichzelf en daarmee over de bal.
  3. Balcontact
    1. De balcontrole is verder hetzelfde als bij een normale pass, de nadruk ligt op de hoek van de schouders.
  4. Vervolgactie
    1. De vervolgactie is hetzelfde als bij een normale pass.